
Rode draad in de lezingen ‘God met ons!’: in Jezus is God de mensen heel nabij.
“Een jonge vrouw zal ontvangen en een zoon baren, en zij zal hem noemen ‘Immanuël’”, zo kondigt de profeet Jesaja aan in de eerste lezing.
In de evangelielezing horen wij dat deze belofte weldra werkelijkheid wordt.
Eerste lezing Jesaja 7, 10-14 Immanuel
Voor de vierde keer in deze advent komt Jesaja aan het woord. In zijn tekst krijgt het kind waar naar uitgekeken wordt de naam ‘Immanuel’ (= God met ons). Een naam met een opdracht, die de eerste christenen voluit in Jezus gerealiseerd zagen.
Tweede lezing Romeinen 1, 1-7 Paulus schrijft aan de christenen van Rome
Paulus heeft het in zijn brief aan de christenen van Rome over Christus Jezus: naar het vlees geboren uit het geslacht van David, naar de Heilige Geest aangewezen als Zoon van God.
Evangelie Matteüs 1, 18-24 De geboorte van Jezus
In het evangelie horen we hoe Jozef Gods teken aanvaardt en gewoon doet wat van hem wordt verwacht: Hij zorgt voor Maria… en straks ook voor het Kind.
God met ons
Op deze vierde Adventszondag
loopt het evangelie al even vooruit
op wat komen gaat.
Het licht alvast een tipje op van de sluier
van het komende Kerstfeest.
Het Kind van Bethlehem krijgt een gezicht.
Zijn namen worden genoemd:
Zoon van David,
Immanuel: God met ons,
Jezus: God redt.
Het zijn namen vol verwachting.
Ze houden een levensprogramma in.
Dat Kind zal zijn naam waarmaken.
Het is een handreiking van God aan mensen.
Het is een mens, die allereerst
herder wil zijn voor zijn volk.
Meer dan wie ook zal Hij laten zien,
dat God een en al liefde is.
Maar ook: dat Hij staat aan de kant
van de kleine en arme mensen.
Een God, die alle goeds geeft en gunt.
In Jezus krijgt God een naam,
een menselijk gezicht.
In Hem komt God ons rakelings nabij.
Dat Hij zo onze God wil zijn,
blijkt uit het levensverhaal van dat Kind
van toen en van vandaag.
Wim Holterman osfs



